Muziek was een belangrijke inspiratiebron voor Whistler. Hij gaf veel van zijn schilderijen titels die uit de muziek kwamen. Zo gebruikte hij woorden als 'composities', 'symfonieën' en 'harmonieën'.
Hij zei hierover:
‘Zoals muziek de poëzie van het gehoor is, zo is schilderkunst de poëzie van het oog, en het onderwerp heeft niets te maken met de harmonie van klank of kleur.’
Volgens Whistler zijn schilderkunst en muziek met elkaar te vergelijken. Muziek is de poëzie van geluid. Schilderkunst is de poëzie van wat je ziet. Het onderwerp van een schilderij was volgens hem minder belangrijk dan de kleuren en de harmonie van het geheel.