In 1887 openden Hendrik Willem Mesdag en Sientje Mesdag-van Houten hun kunstverzameling voor het publiek. De collectie die het echtpaar in de voorafgaande jaren had bijeengebracht, bestond voor een belangrijk deel uit schilderijen en tekeningen, met name van de kunstenaars van de School van Barbizon en de Haagse School.
Met deze kwalitatief hoogstaande werken werd de naam van Museum Mesdag (tegenwoordig: De Mesdag Collectie) gevestigd. Een minder bekend deel van de verzameling, maar in omvang niet minder groot, is de verzameling toegepaste kunst: van keramiek tot edelsmeedkunst en van wandtapijten tot houtsnijwerk.
In voorgaande jaren is een aantal delen van de collectie toegepaste kunst van de Mesdags diepgaand onderzocht en in publicaties en bijbehorende tentoonstellingen uitgelicht: de Japanse objecten in 2018 en de keramiek van Theo Colenbrander in 2019. Het museum streeft ernaar de overige delen van de toegepaste kunst op eenzelfde manier te onderzoeken en te ontsluiten.
Ongeveer 35 objecten met een vermoedelijk West-Aziatische oorsprong worden met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties momenteel onderzocht. Later zal ook de deelcollectie Chinese toegepaste kunst worden onderzocht.

